Introductie

Tot 1854 is Bovenkerk een lintdorp langs de Noorddammerlaan en Legmeerdijk dat aan alle zijden is omgeven door water, dat is ontstaan door afgravingen van veen (de Poel en de Legmeer). Aan de oostkant ligt de weg die men vroeger de Hand naar Leiden noemde en nu Handweg. In de tweede helft van de 19e eeuw wordt de Sint Urbanuskerk gebouwd, de Noorddammerlaan aangelegd en de Noorderlegmeerpolder en de Schinkelpolder ingepolderd. De Sint Urbanus is een ontwerp van architect Pierre Cuypers, ook de ontwerper van het Amsterdamse Centraal Station en het Rijksmuseum.

Begin 20e eeuw worden de spoorlijnen naar Uithoorn en Aalsmeer aangelegd. In de jaren twintig wordt in Oost het eerste sociale woningbouwproject St. Urbanuspark gerealiseerd. De Sint Aloysiusschool (later: Lakrogebouw) wordt in 1921 gebouwd. In 1950 is het Bovenkerkse deel van het Amsterdamse Bosplan in uitvoering. Rond 1960 is de uitbreiding in Bovenkerk-Oost vrijwel voltooid. Het is een kleinschalig woongebied, smalle straten, al of niet bomen in het trottoir, voortuinen en gesloten bouwblokken van huurwoningen. Het water in Bovenkerk-Centrum wordt gedempt en de Josephschool gebouwd. Met de bouw na 1960 van Bovenkerk-West komen er meer koopwoningen. In het centrum wordt de Mariaschool gebouwd. De spoorlijnen raken buiten gebruik en worden in de jaren 70 zelfs verwijderd en het dijklichaam wordt deels gebruikt voor de aanleg van de Zetterij. Op 7 juli 2005 is de eerste paal voor de nieuwbouw in Bovenkerk-Centrum de grond ingegaan. De nieuwbouw in Bovenkerk-Zuid is in 2007 van start gegaan en de sloop en nieuwbouw van Bovenkerk-Oost is in 2008 gestart.